Allerlei

(Dit heerlijke recept werd ons aangereikt door Martha)

Recept van een cake die we ooit PASSAGECAKE noemden

 
INGREDÏENTEN

6 grote goudrenetten
4 eetlepels kaneel
250 gram havermoutvlokken
500 gram zelfrijzend bakmeel
500 gram bruine suiker
400 gram roomboter
1 ei
250 gram rozijnen

Een bakplaat van ongeveer 45×35 cm. invetten.

BEREIDINGSWIJZE

Appels schillen, klokhuizen verwijderen en appels in stukjes snijden.
Kaneel over de stukjes appel strooien.
Oven voorverwarmen op 180 graden.

In een kom doen: Havermout, bakmeel en de bruine basterdsuiker.
Goed door elkaar mengen.

In steelpan op zacht vuur de boter laten smelten.
Door het droge mengsel roeren, samen met het ei.
¾ deel van het deeg over de bakplaat verspreiden.
Rozijnen erover strooien.
Appels erover verdelen.
Rest van het deeg erover verkruimelen.
Met bolle kant van een lepel het deeg iets aandrukken.
In het midden van de oven schuiven.
Ongeveer 40 minuten gaar laten bakken.

Eet smakelijk!

LIEFDE
Wat is er mooier om liefde te geven
in dit korte, aardse leven?
Het is onze grootste opdracht
die moet worden volbracht.

God lief hebben bovenal,
niet alleen hier, maar overal.
Niet nemen of vragen,
maar het gewoon uitdragen.

Dan kun je zelf ook blij zijn,
zonder schroom of schijn.
Om zo te leven is het goed
bij alles wat je ook doet.

Liefde geven is het waard,
zolang je leeft op deze aard.

Het verhaal van de soepsteen laat zien dat we, ook al denken we misschien van onszelf van niet, we allemaal een taak kunnen hebben en samen iets voor elkaar kunnen krijgen:
Samen vormen wij immers onze vereniging.

Het verhaal van de soepsteen:
Ergens in een ver dorpje in de bergen voelden de mensen er zich niet meer gelukkig. Er was hongersnood. Omdat er eten te kort was spaarde iedereen al het eten dat hij kon bemachtigen op in zijn kelder.

Op een dag, kwam er een vreemde man in het dorp aan. Hij was schamel gekleed, maar hij had vrolijke ogen en een gezicht dat altijd leek te lachen.
“Waarom kijkt iedereen zo sip?” vroeg de man. “We hebben honger, en er bijna niets te eten” kreeg hij als antwoord. De vreemdeling krabde even in zijn stoppelbaard en dacht na.
Opeens zei hij: “Ik zal voor jullie soep maken”.

“Soep?” vroegen de mensen, en waarmee zouden we dan wel soep maken? We hebben zo weinig. Bijna niets!”  “Geen nood” zei de man; “Ik heb immers een hele beste soepsteen bij me. Daarvan maak je de lekkerste soep ter wereld.”

De mensen van het dorp die het hoorden, konden hun oren niet geloven: Een soepsteen, nee, daar hadden ze nog nooit van gehoord.
“Maar ik heb nog een ketel en water nodig” zei de man.
De mensen haalden een grote ketel met water en zetten die op het vuur.

Met een groot gebaar haalde de man voorzichtig de soepsteen uit zijn zak en legde die in het water dat al begon te koken. En weer wat later ging hij proeven. “Hmmmm…heerlijk” zei de men; “Maar de soep zou nog net iets beter zijn, als we er wat aardappelen bij deden; heeft er soms iemand een paar aardappeltjes? Het hoeft niet veel te zijn hoor.”
Sommige mensen brachten een paar kleine aardappeltjes voor de pan.

Na een tijdje proefde de man weer: “Prima!” zei de man, maar het zou nog beter smaken, als we er wat groenten bij deden. Wie enkele groenten kan missen mag straks ook een bordje van mijn heerlijke soep.”  Verlegen kwamen enkele bewoners met nog wat prei, ui en selderij.
Een vrouw bracht een bosje worteltjes. Het waren allemaal kleine beetjes.

Het begon al heerlijk te ruiken op het marktplein en steeds meer mensen kwamen kijken en snuffelen rond de grote soeppot.
“De soep is bijna klaar, maar als we er nu nog wat kruiden en wat zout zouden indoen, dan zal het de beste soep van heel de wereld zijn. Heerlijk!  Oh ja, en misschien hebben we ook nog een stuk soepvlees.”
Van alle kanten kwamen mensen een klein stukje vlees en kruiden brengen.
De geur van heerlijke soep vulde heel het dorp. Het duurde niet lang, of iedereen stond al klaar met een bord en een lepel om van de heerlijke soep te proeven.

Toen de soep klaar was, werd er uitgedeeld, en iedereen mocht er een bord van nemen, want iedereen had ook iets van zijn eigen voorraad gegeven om de soep te kunnen maken.

Alle bewoners begonnen te smullen en te smakken. Zo’n heerlijke soep hadden ze nog nooit geproefd.
Telkens kwamen ze weer om hun bord te vullen. Iedereen voelde zich blij, en je kon zien aan de mensen, dat ze er echt van genoten hadden.  Het dorp was weer in vreugde.

“Het spijt me” zei de vreemde man, “ik moet vertrekken. Maar de soepsteen mogen jullie houden. Om zulke lekkere soep te maken, moet je telkens doen, zoals je vandaag gedaan hebt: samen delen van wat je nog in huis hebt, zodat iedereen ervan kan genieten. Dan zal iedereen genoeg hebben.”
De mensen knikten en voelden zich dolgelukkig, dat ze de soepsteen mochten houden.
De man was blij, dat hij de vreugde in het dorp had teruggebracht.

En eventjes buiten het dorp bukte de man zich….
Hij raapte weer een mooie steen van de grond en stak die in zijn zak.

Wat Jezus laat zien in het bijbelboek Marcus over de vijf broden en de twee vissen, en wat het verhaal van de soepsteen ons laat zien, is dat delen vermenigvuldigen is.
Iedereen heeft iets en samen hebben we heel wat!

Veel mensen zeggen: Ik heb bijna niets! Nee, op mij moet je niet rekenen. Maar zelfs wie denkt niks te hebben, heeft toch altijd wel een handje van het een of ander voor de gezamenlijke soep.

Het idee dat bijna niemand een bijdrage kan leveren, klopt nooit.
Iedereen heeft altijd iets in te brengen. Iets wat toch waardevol kan zijn.

Samen maak je er dan iets van dat overvloediger, mooier en beter is dan je ooit met een paar of in je eentje voor elkaar had kunnen krijgen.

Samen. Amen.

Stevie’s Pasta   (Dit recept werd aangereikt door Alie Veldhuizen)

INGREDÏENTEN voor 2 personen

Plus minus 400 gram pasta
2 flinke trostomaten, ½ courgette
1 kleine rode paprika
300 gram salami, ½ zakje geraspte kaas

KRUIDEN: Thijm, oregano en bruschetta
(Bruschetta is een gedroogde Italiaanse kruidenmix, bv. bij Xenos)

BEREIDINGSWIJZE oftewel hoe jet mot make:
Breng de pasta aan de kook en laat het doorkoken tot ze bijna gaar is. (bijtgaar)

Snijd ondertussen de paprika in kleine blokjes.
Snijd de tomaat in kleine blokjes en ach, doe de courgette ook maar.
Mik de gesneden groenten en de salami in een ovenschaal en schep ze door met 1 theelepel thijm, 1 theelepel oregano en een flinke EETlepel bruschetta kruiden. Desnoods meer als de smaak nog te flauw is.

Zet de ovenschaal even in de oven tot het goed warm is, ongeveer op 160 graden.
Als de pasta bijtgaar is even afgieten. Niet afspoelen met koud water.
Meng de afgegoten pasta met de groente mix uit de oven en schep er een kwartzakje van de kaas overheen.
Kaas mag ook op het bord pas gemengd worden voor mensen die kaas echt smerig vinden.

Plaats de schaal in het midden van de oven.
Zet de oven op 180 graden en laat het een kwartier tot 20 minuten staan.
De schaal kan het beste afgedekt worden met alufolie zodat de pasta niet uitdroogt of zwart wordt.

Natuurlijk ook je eigen kookervaring en smaak gebruiken zodat de bedenker van dit gerecht altijd gevrijwaard is van evt. mislukkingen.

Eet smakelijk, bon apetite, have a nice meal, fressen sie schmecklich, hao chi, hasta la pasta.

Er is geen oven nodig voor deze lekkere taart:

Bokkenpootjestaart
Men neme: 1 taartbodem (gekocht of iets anders naar keuze)
1 pak bokkenpootjes =koekjes zo van de supermarkt
1 beker slagroom van 250 ml (of 2 als je van meer houdt!)
Advocaat zo uit een fles
1 pakje Klop-fix  en 1 pakje vanille suiker

Halveer de bokkenpootjes in de lengte.
Klop de slagroom stijf met de klop-fix en vanille suiker.
Smeer de bodem in met een dun laagje advocaat.
Vervolgens de helft van de slagroom er overheen smeren.
Daarna dit bedekken met de gehalveerde bokkenpootjes.
Enkele bokkenpootjes bewaren.

Hier de rest van de slagroom overheen verdelen.
Eventueel daarna weer wat advocaat erop smeren.
Als laatste de overgebleven bokkenpootjes verkruimelen.
Deze stukjes over de taart strooien.
Hier en daar een toefje slagroom maakt het extra feestelijk.

De taart wordt dus niet hoog. Eigenlijk een soort dikke vlaai.
Let op: De taart wel ongeveer 24 uur van te voren maken.
(Dan worden de bokkenpootjes zacht.)

Eet smakelijk.

Hier weer een recept van een gerecht van onze jaarvergadering:
Deze keer de heerlijke saus van Alie Veldhuizen.

RODE SAUS voor 4 personen

Ingredienten:
½ kopje slaolie
1 ½ kopje water
1 klein blikje tomatenpuree
2 of 3 teentjes knoflook
1 dessertlepel sambal manis
Suiker naar smaak
1 kipfilet
1 potje atjar tamboer

Bereidingwijze:
Snipper de teentjes knoflook
Kipfilet braden en in blokjes snijden.
Dit met de andere ingrediënten mengen en in een pannetje enkele uren laten staan.

Als u wilt gaan eten de saus verwarmen.
Doe dan de atjar tamboer in een schaal en schenk de hete saus daar overheen.

Serveren met nasi of bami.
Eet smakelijk.

Hier weer een recept van een gerecht van een jaarvergadering:

SPINAZIESTAMPPOT voor 4 personen
Ook wel genoemd: “Spierballenstamppot”
(De spierballen krijg je van de spinazie en/of het stampen.)

Ingrediënten:
1,5 kilo kruimige aardappels
450 gram bladspinazie (diepvries)
1 ui en 1 rode paprika
125 gram magere spekblokjes
200 gram magere rookworst
1 pakje roomkaas met peper
(of 1 pakje MonChou en zelf wat peper toevoegen)

Bereidingwijze:
Ontdooi de spinazie.
Pel en snipper de ui. Snijd de paprika in blokjes.
Schil de aardappels, snijd die in stukjes en kook ze gaar.
Verwarm intussen de rookworst volgens de verpakking.

Bak de spekblokjes uit.
Voeg ui en paprika toe en bak deze nog 4 minuten mee.
Verwarm de spinazie.

Giet de aardappels af en stamp ze fijn.
Meng het spekblokjesmengsel, de spinazie en de roomkaas door de puree.
Verdeel de stamppot over de borden en leg de in plakjes gesneden rookworst erop.

Lekker en toch heel gemakkelijk!

Wij wensen naar Gods Woord te leven,
Wij vrouwen van ons Nederland.
Ons bindt te saam dat ene streven,
Die hechte onderlinge band.

Om met elkander hier te strijden
In huisgezin en maatschappij.
Te bidden, Heer’ leer ons belijden:
“Alleen de Zoon maakt waarlijk vrij”.

Wilt Gij Heer’, ons die boodschap geven.
Dan dragen wij ze verder voort.
De kracht van ons getuigend leven
Ligt immer nog in ’s Heeren Woord.

Hij wil ons door Zijn Geest steeds wijzen
Waar telkens weer de dagtaak ligt.
Wij zullen dan de Heere prijzen
En wandelen voor Zijn aangezicht.

En komen er donkere tijden,
Gods Woord blijft immer ons ten licht.
Wij zullen dit blijven belijden,
Wat in de wereld ook ontwricht.

Vast als een rots is ’t Woord des Heeren!
Daar mogen we in ’t geloof op staan.
Wij willen God als Koning eren,
Gehoorzaam in Zijn wegen gaan.

Ik vroeg om kracht
en God gaf me moeilijkheden
om mij sterk te maken.

Ik vroeg om wijsheid
en God gaf me problemen
om te leren op te lossen.

Ik vroeg om voorspoed
en God gaf me verstand en spierkracht
om mee te werken.

Ik vroeg om moed
en God gaf me gevaren
om te overwinnen.

Ik vroeg om liefde
en God gaf me mensen
om te helpen.

Ik vroeg om gunsten
en God gaf me kansen.

Ik ontving niets van wat ik vroeg

Ik ontving alles wat ik nodig had.

U ziet toch ook wel de bloemen staan
Zo op de weg van het leven?
Al is misschien uw levensweg
Door heel veel zorg omgeven;

Als je gezond bent, wil die bloem
Uit dankbaarheid gauw plukken.
Ook als God je tot op vandaag
Bewaarde voor ongelukken;

Of als je zoon pas is geslaagd
Voor dat moeilijke examen.
Dan kun je hierin toch ook wel
Gods zorg voor jou beamen;

Over onze schouders kijkt God mee
Of wij wel bloemen vinden.
Hij wil zo graag, dat wij hiervan
Een mooi boeketje binden.

Hij hangt er zelf een kaartje aan
Waarop Hij heeft geschreven:
Tot ziens Mijn kind, Ik hou van jou
Ik draag je, heel je leven.

Mijn kind, zo kom je elke dag
Toch weer een stapje nader.
Weet, dat ik altijd bij je blijf:

Je liefhebbende Vader.

Laatste Foto’s

IMG_6698 IMG_6694 IMG_6693 IMG_6691 IMG_5707 IMG_5705